Faxfuncties

[Note]

Automatisch opnieuw kiezen

Als de lijn van het gekozen nummer bezet is of als het faxapparaat van de ontvanger niet antwoordt, wordt het nummer automatisch opnieuw gekozen. De tijd voor een nieuwe kiespoging is afhankelijk van de standaardinstellingen voor uw land.

Wanneer Opnieuw kiez.? op het display verschijnt, drukt u op (Start) om het nummer onmiddellijk opnieuw te kiezen. Druk op (Cancel of Stop/Clear) als u de functie voor automatisch opnieuw kiezen wilt annuleren.

U kunt ook de wachttijd tussen twee kiespogingen en het aantal kiespogingen wijzigen.

  1. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Verzending op het configuratiescherm.

  2. Selecteer Aant. kiespog. of Opn. kiezen na.

  3. Selecteer de gewenste optie.

Faxnummer opnieuw kiezen

  1. Druk op (Redial/Pause) op het configuratiescherm.

  2. Selecteer het gewenste faxnummer.

    Tien recent verzonden faxnummer met tien ontvangen nummerweergaven worden weergegeven.

  3. Het apparaat begint automatisch met verzenden wanneer een origineel in de ADI wordt geplaatst.

    Als een origineel op de glasplaat ligt, selecteert u Ja om een andere pagina toe te voegen. Plaats een ander origineel en druk op OK. Als u klaar bent, selecteert Nee als Nog een pagina? wordt weergegeven.

Een verzending bevestigen

Wanneer de laatste pagina van uw origineel correct is verzonden, hoort u een pieptoon waarna het apparaat terugkeert naar stand-bymodus.

Als er tijdens de verzending van uw fax iets fout gaat, verschijnt een foutbericht op het display. Wanneer u een foutmelding ontvangt, drukt u op (Cancel of Stop/Clear) om het bericht te wissen en opnieuw te proberen om de fax te verzenden.

[Note]

U kunt het apparaat zo instellen dat er na elke verzonden fax automatisch een verzendrapport wordt afgedrukt. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Verzending > Transm.rapport op het bedieningspaneel.

Een fax met uw computer verzenden

[Note]
  • Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie Functies per model).

  • Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u de volgende optie op het bedieningspaneel instellen:

    Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Ontv. doorst. > Doorst. nr pc > Aan op het bedieningspaneel.

Hiermee kunt u een fax verzenden vanaf uw computer zonder gebruik te maken van het bedieningspaneel op het apparaat.

Om een fax te versturen vanaf uw computer moet het programma Samsung Network PC Fax zijn geïnstalleerd. Dit programma wordt automatisch geïnstalleerd tijdens de installatie van het printerstuurprogramma.

  1. Open het document dat u wilt verzenden.

  2. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.

    Het venster Afdrukken verschijnt. Afhankelijk van uw toepassing kan dit venster er iets anders uitzien.

  3. Selecteer Samsung Network PC Fax uit het venster Afdrukken

  4. Klik op Afdrukken of OK.

  5. Voer de nummers van de ontvangers in en selecteer opties

    [Note]

    Selecteer het menu Help of klik op de knop in het venster, en klik op de optie waar u meer over wilt weten.

  6. Klik op verzenden.

Uitgestelde faxverzending

U kunt het apparaat zo instellen dat een fax op een later tijdstip (tijdens uw afwezigheid) wordt verzonden. U kunt met deze functie geen kleurenfax verzenden.

  1. Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.

  2. Druk op (faxen) op het configuratiescherm.

  3. Pas de resolutie en helderheid naar wens aan.

  4. Druk op (Menu) > Faxfunctie > Uitgesteld verzenden op het configuratiescherm.

  5. Voer het nummer van het ontvangende faxapparaat in en druk op OK.

  6. U wordt gevraagd om het volgende faxnummer waarnaar u het document wilt verzenden in te voeren.

  7. Als u meerdere faxnummers wilt invoeren, drukt u op OK wanneer Ja oplicht, en herhaalt u stap 5.

    [Note]
    • U kunt maximaal 10 bestemmingen ingeven.

    • Na het invoeren van een groepskiesnummer kunt u geen ander groepskiesnummer meer invoeren.

  8. Voer de naam en de tijd in van de taak.

    [Note]

    Als u een tijdstip instelt dat vroeger is dan de huidige tijd, wordt de fax de volgende dag op het ingestelde tijdstip verzonden.

  9. Het document wordt in het geheugen opgeslagen voordat het wordt verzonden.

    Het apparaat keert terug naar stand-bymodus. Het display herinnert u eraan dat het apparaat zich in stand-bymodus bevindt en dat er een uitgesteld faxbericht is ingesteld.

    [Note]

    Hiermee kunt u de lijst van uitgestelde faxtaken controleren.

    Druk op (Menu) > Systeeminst. > Rapport > Geplande taken op het bedieningspaneel.

Documenten toevoegen aan een gereserveerde fax

  1. Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.

  2. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Pag. toevoegen op het bedieningspaneel.

  3. Selecteer de faxtaak en druk op OK.

    Als u klaar bent, selecteert Nee als Nog een pagina? wordt weergegeven. Het apparaat scant het origineel in en slaat het op in het geheugen.

  4. Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

Een gereserveerde faxtaak annuleren

  1. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Taak annuleren op het bedieningspaneel.

  2. Selecteer de gewenste faxtaak en druk op OK.

  3. Druk op OK wanneer Ja verschijnt.

    De geselecteerde fax wordt uit het geheugen gewist.

  4. Druk op (Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

Een fax verzenden met een hoge prioriteit

U gebruikt deze functie als u een fax met hoge prioriteit moet verzenden voorafgaand aan andere geplande taken. Het origineel wordt naar het geheugen gescand en onmiddellijk verzonden zodra de lopende taak is voltooid.

  1. Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.

  2. Druk op (Faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Prior. verz. op het bedieningspaneel.

  3. Voer het ontvangende faxnummer in en druk op OK.

  4. Voer de naam van de taak in en druk op OK.

  5. Als er een origineel op de glasplaat ligt, selecteert u Ja om een andere pagina toe te voegen. Plaats een ander origineel en druk op OK.

    Als u klaar bent, selecteert Nee als Nog een pagina? wordt weergegeven.

    Het document wordt gescand en gefaxt naar de bestemmingen.

Een verzonden fax doorsturen naar een andere bestemming

U kunt het apparaat instellen om een ontvangen of verzonden fax naar een andere bestemming te verzenden per fax. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent.

  1. Plaats originelen in de documentinvoer met de bedrukte zijde naar boven of plaats een enkel document met de bedrukte zijde naar onder op de glasplaat van de scanner.

  2. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Naar ander nr. > Doorst. nr fax > Aan op het bedieningspaneel.

    [Note]

    De optie Doorsturen is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie Verschillende functies).

  3. Voer het ontvangende faxnummer, e-mailadres of serveradres in en druk op OK.

  4. Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

    Na elkaar verzonden faxen zullen doorgestuurd worden naar het opgegeven faxapparaat.

Ontvangen faxen doorsturen

U kunt het apparaat instellen om een ontvangen of verzonden fax naar een andere bestemming te verzenden per fax. Deze functie is nuttig als u een fax wilt ontvangen wanneer u niet op kantoor bent.

  1. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Ontvangen en doorst. of Ontv. doorst. >Doorst. nr fax of Doorst. nr pc > Doorsturen op het bedieningspaneel.

    [Note]
    • De optie Doorsturen is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie Verschillende functies).

    • Selecteer Doorst.&afdr. als u wilt dat het apparaat de fax afdrukt nadat deze is doorgestuurd.

  2. Voer het ontvangende faxnummer, e-mailadres of serveradres in en druk op OK.

  3. Voer de starttijd en de eindtijd in, en druk vervolgens op OK.

  4. Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

    Na elkaar verzonden faxen zullen doorgestuurd worden naar het opgegeven faxapparaat.

Een fax met uw computer ontvangen

[Note]
  • Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie Functies per model).

  • Om deze functie te kunnen gebruiken, moet u de volgende optie op het bedieningspaneel instellen:

    Druk op (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Ontv. doorst. > Doorst. nr pc > Doorsturen op het bedieningspaneel.

  1. Open Samsung Easy Printer Manager.

  2. Selecteer het juiste apparaat in de Lijst met printers.

  3. Selecteer het menu Instellingen voor faxen naar pc.

  4. Wijzig de faxinstellingen met Faxontvangst op apparaat inschakelen.

    • Type afbeeldingDe ontvangen faxberichten converteren naar PDF of TIFF.

    • OpslaglocatieDe locatie selecteren voor het opslaan van geconverteerde faxberichten.

    • PrefixSelecteer een prefix.

    • Ontvangen fax afdrukkenstelt na ontvangst van de fax de afdrukgegevens in voor het ontvangen faxbericht.

    • Waarschuwen bij voltooiing Als een fax wordt ontvangen, wordt een pop-upvenster geopend met een melding.

    • Openen met standaardtoepassing Na ontvangst van de fax wordt de fax geopend met de standaardapplicatie.

    • Geen Het apparaat meldt het ontvangen van de fax niet bij de gebruiker en opent de applicatie ook niet.

  5. Druk op Opslaan > OK.

De ontvangstmodus wijzigen

  1. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Bzg met ontv. > Ontv.modus op het bedieningspaneel.

  2. Selecteer de gewenste optie.

    • Faxhiermee wordt een inkomende faxoproep aangenomen en wordt onmiddellijk overgeschakeld naar de faxontvangstmodus.

    • TelHiermee ontvangt u een fax door op (On Hook Dial) en vervolgens op (Start) te drukken.

    • Ant/Faxwordt gebruikt als er een antwoordapparaat is aangesloten op uw apparaat. Inkomende oproepen worden beantwoord door het antwoordapparaat en de beller kan een boodschap op het antwoordapparaat achterlaten. Als het faxapparaat een faxtoon op de lijn opvangt, schakelt het automatisch over naar faxmodus om de fax te ontvangen.

      [Note]

      Sluit een antwoordapparaat aan op de EXT-uitgang aan de achterkant van het apparaat om de Ant/Fax-modus te gebruiken.

    • DRPDU kunt een oproep aannemen met de DRPD-functie (Distinctive Ring Pattern Detection – detectie van distinctieve belpatronen). "Distinctive Ring" of beltoonherkenning is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee men via één telefoonlijn meerdere oproepen gelijktijdig kan beantwoorden. Zie Faxen ontvangen in DRPD-modus voor meer informatie.

      [Note]

      Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar.

  3. Druk op OK.

  4. Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.

Handmatig ontvangen in telefoonmodus

Wanneer u de faxtoon van het extern faxapparaat hoort, kunt een faxoproep ontvangen door achtereenvolgens op (On Hook Dial) en op (Start).

Automatisch ontvangen in antwoordapparaat/faxmodus

Als u deze modus wilt gebruiken, moet u een antwoordapparaat aansluiten op de EXT-uitgang aan de achterzijde van uw apparaat. Als de beller een bericht achterlaat, slaat het antwoordapparaat het bericht op. Als het apparaat een faxtoon op de lijn detecteert, wordt de fax automatisch ontvangen.

[Note]
  • Als u het apparaat in deze modus hebt ingesteld en het antwoordapparaat is uitgeschakeld of er is geen antwoordapparaat op de EXT-uitgang aangesloten, wordt na een vooraf ingesteld aantal belsignalen automatisch overgeschakeld naar de faxmodus.

  • Als uw antwoordapparaat een door de gebruiker instelbare teller voor beltonen heeft, stelt u het apparaat zo in dat het inkomende oproepen binnen de eerste beltoon aanneemt.

  • Als de telefoonmodus van het apparaat is ingeschakeld, moet u het faxapparaat met het antwoordapparaat loskoppelen of uitschakelen. Anders zal het uitgaande bericht van het antwoordapparaat uw telefoongesprek verstoren.

Faxen ontvangen via een intern telefoontoestel

Als u een intern telefoontoestel gebruikt dat is aangesloten op de EXT-aansluiting, kunt u een fax ontvangen van iemand met wie u in gesprek bent op het interne telefoontoestel zonder dat u naar het faxapparaat hoeft te gaan.

Wanneer u een oproep ontvangt op een intern telefoontoestel en u hoort faxtonen, drukt u op de toetsen *9* op het intern telefoontoestel. Het apparaat ontvangt de fax.

*9* is de voorgeprogrammeerde fabriekscode voor ontvangst op afstand. De eerste en de laatste asterisk liggen vast, maar u kunt het middelste cijfer naar wens wijzigen.

[Note]

Wanneer u een gesprek via het telefoontoestel dat is aangesloten op de EXT-aansluiting, zijn de functies voor scannen en kopiëren niet beschikbaar.

Faxen ontvangen in DRPD-modus

Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar. "Distinctive Ring" of beltoonherkenning is een dienst van de telefoonmaatschappij waarmee men via één telefoonlijn meerdere oproepen gelijktijdig kan beantwoorden. Deze functie wordt vaak gebruikt door antwoorddiensten die voor verschillende klanten telefoonoproepen beantwoorden en moeten weten welk nummer iemand heeft gekozen om de oproep correct te kunnen beantwoorden.

[Note]

Deze instelling is niet in alle landen beschikbaar.

  1. Selecteer (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Ontvangst > DRPD-modus > Wacht op belsign op het bedieningspaneel.

  2. Bel met een andere telefoon naar uw faxnummer.

  3. Als het apparaat begint te rinkelen, beantwoordt u de oproep niet. Het apparaat heeft enkele belsignalen nodig om het patroon te "leren" herkennen.

    Als het patroon is herkend voor later gebruik, verschijnt DRPD-instelling voltooid op het display. Als de instelling van DRPD mislukt, verschijnt Fout DRPD-belsignaal.

  4. Druk op OK wanneer DRPD verschijnt en begin opnieuw vanaf stap 2.

    [Note]
    • Als u uw faxnummer wijzigt of als u het apparaat aansluit op een andere telefoonlijn, moet u DRPD opnieuw instellen.

    • Nadat u DRPD hebt ingesteld, belt u opnieuw naar uw faxnummer om te controleren of het apparaat antwoordt met een faxtoon. Bel vervolgens naar een ander nummer dat aan dezelfde lijn is toegekend om te controleren of de oproep wordt doorgeschakeld naar uw intern telefoontoestel of naar het antwoordapparaat dat is aangesloten op de EXT-uitgang.

Ontvangen in veilige ontvangstmodus

[Note]

Deze functie is mogelijk niet beschikbaar afhankelijk van model of optionele onderdelen (zie Functies per model).

Mogelijk wilt u niet dat faxberichten die tijdens uw afwezigheid binnenkomen door anderen worden bekeken. Als u de veilige ontvangstmodus inschakelt, worden alle inkomende faxen in het geheugen opgeslagen. U kunt de faxen vervolgens afdrukken door het wachtwoord in te voeren.

[Note]

Als u de veilige ontvangstmodus wilt gebruiken, moet u het menu activeren via (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Veilige ontv. op het bedieningspaneel.

Ontvangen faxen afdrukken

  1. Selecteer (faxen) > (Menu) > Faxfunctie > Veilige ontv. > Afdrukken op het bedieningspaneel.

  2. Voer een wachtwoord van vier cijfers in en druk op OK.

  3. Alle in het geheugen opgeslagen faxberichten worden afgedrukt.

Faxen ontvangen in het geheugen

Aangezien het apparaat meerdere taken tegelijk kan uitvoeren, kan het faxen ontvangen terwijl u kopieert of afdrukt. Als u tijdens het kopiëren of afdrukken een fax ontvangt, slaat het apparaat de inkomende fax in het geheugen op. Zodra u klaar bent met kopiëren of afdrukken, wordt de fax automatisch afgedrukt.

[Note]

Wanneer de fax is ontvangen en wordt afgedrukt, kunnen tegelijkertijd geen andere kopieer- of afdrukopdrachten worden verwerkt.

Automatisch een verzendrapport afdrukken

U kunt het apparaat zo instellen dat een rapport wordt afgedrukt met gedetailleerde informatie over de 50 laatste faxen (zowel verzonden als ontvangen), met vermelding van datum en tijd.

  1. Druk op (faxen) > (Menu) > Faxinstel. > Autom. rapport > Aan op het bedieningspaneel.

  2. Druk op (Cancel of Stop/Clear) om terug te keren naar de gereedmodus.