Wanneer u optionele apparaten installeert, zoals een extra lade, geheugen enzovoort, detecteert dit apparaat automatisch de optionele apparaten en stelt het deze in. Als u de optionele apparaten die u in dit stuurprogramma hebt geïnstalleerd, niet kunt gebruiken, kunt u de optionele apparaten instellen in .
Ga naar en selecteer > .
Zoek naar .
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van uw printer en selecteer .
|
|
|
|
Als het item een▶ markering bevat, kunt u andere printerstuurprogramma’s selecteren die zijn gekoppeld met de geselecteerde printer. |
Selecteer .
|
|
|
|
Het venster kan verschillen afhankelijk van het stuurprogramma of besturingssysteem dat u gebruikt. |
Selecteer de geschikte optie.
Klik op tot u het venster verlaat.